JAARVERSLAG 2016 BLOKKER HOLDING

Grondslagen voor de financiële verslaggeving

ALGEMEEN
Blokker Holding, gevestigd te Hessenbergweg 8, 1101 BT Amsterdam, is een besloten vennootschap. De onderneming staat als holdingmaatschappij aan het hoofd van een detailhandelsconcern met winkelketens in de sectoren Huishoud, Speelgoed en Wonen, en met groothandels.

Statutair eindigt het boekjaar op de zaterdag van week 4 in het kalenderjaar. Het boekjaar bestond in 2016/17 uit 52 weken (2015/16: 53 weken). De laatste dag van het boekjaar 2016/17 was 28 januari 2017 en van vorig boekjaar 30 januari 2016.De jaarrekening is opgesteld op continuïteitsgrondslagen en volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten.

De financiële gegevens van de onderneming zijn in de geconsolideerde jaarrekening verwerkt. Derhalve vermeldt de enkelvoudige winst- en verliesrekening conform artikel 402 Boek 2 BW slechts het aandeel in het resultaat na belastingen van vennootschappen waarin wordt deelgenomen en het overige resultaat na belastingen.

GRONDSLAGEN VOOR DE WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA EN DE RESULTAATBEPALING
Met betrekking tot activa, verplichtingen, baten en lasten worden de algemene conventies van de jaarverslaggeving toegepast.

De jaarrekening is opgesteld in duizenden euro’s (tevens de functionele valuta van de groep).

GEBRUIK VAN SCHATTINGEN
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen van deze schattingen van toekomstige opbrengsten, kasstromen en resultaten afwijken; deze schattingen zijn omgeven door onzekerheden als gevolg van wijzigingen in economische en marktomstandigheden. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

  • Beoordeling van de mate van incourantheid van de voorraden en de effecten daarvan op de verwachte opbrengstwaarde, de te maken kosten en dientengevolge de waardering van de voorraden. De mate van incourantheid wordt beoordeeld op basis van de kwaliteit en ouderdom van de voorraden en ervaringscijfers inzake verkoop van deze voorraden, waarbij een bandbreedte wordt gehanteerd ten aanzien van de verwachte opbrengstwaarde en te maken kosten.
  • Inschattingen en aannames die worden gedaan ter bepaling van de voorziening voor verlieslatende contracten. Dit betreft met name inschattingen en aannames omtrent verwachte toekomstige kasstromen.
  • Inschattingen die worden gedaan over de mate van zekerheid van voldoende toekomstige fiscale winsten ter verrekening van verliescompensaties.


GRONDSLAGEN VOOR DE CONSOLIDATIE
De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van Blokker Holding B.V. en haar groepsmaatschappijen (‘de groep’). Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend, worden (meerderheids)belangen en financiële instrumenten betrokken die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend. 

Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed. 

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge vorderingen, schulden, transacties en daarmee samenhangende resultaten geëlimineerd. De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd. De gegevens van de in de consolidatie opgenomen maatschappijen per 28 januari 2017 zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Voor de afzonderlijke jaarrekeningen van de binnenlandse deelnemingen wordt in beginsel gebruik gemaakt van de vrijstelling van artikel 2:403 lid 1 BW.

OVERNAMES

Een overname is een transactie waarbij de groep de beschikkingsmacht verkrijgt over het vermogen (activa en passiva) en de activiteiten van een overgenomen partij. Overnames worden verwerkt op basis van de ‘purchase accounting’ methode op de datum waarop de zeggenschap overgaat naar de groep (de overnamedatum). De verkrijgingsprijs wordt daarbij gesteld op het overeengekomen geldbedrag of equivalent daarvan voor de verkrijging van de overgenomen partij, dan wel de reële waarde op overnamedatum van verstrekte andersoortige tegenprestaties. Direct aan de overname toerekenbare transactiekosten worden ook opgenomen in de verkrijgingsprijs.

De identificeerbare activa en passiva van de overgenomen partij verwerkt de groep op de overnamedatum. Deze activa en passiva worden afzonderlijk verwerkt tegen hun reële waarden, mits het waarschijnlijk is dat toekomstige economische voordelen naar de groep zullen vloeien (activa) dan wel de afwikkeling zal resulteren in een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen (passiva), en de kostprijs of reële waarde ervan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Zie de grondslag onder het hoofd Immateriële vaste activa voor de verwerking van eventuele goodwill die ontstaat bij de overname.

Een overname onder gemeenschappelijke leiding is een overname van een entiteit waarmee de verkrijgende partij onder gemeenschappelijke leiding staat. Overnames onder gemeenschappelijke leiding worden verwerkt tegen boekwaarde, waarbij vergelijkbare transacties op dezelfde wijze worden verwerkt. De bepaling van de te hanteren boekwaarde vindt op consistente wijze plaats, op basis van de waardering bij de moedermaatschappij.

GRONDSLAGEN VOOR DE OMREKENING VAN VREEMDE VALUTA’S

Transacties luidend in vreemde valuta’s worden in de functionele valuta van de groepsmaatschappijen omgerekend tegen de geldende wisselkoers op de transactiedatum. In vreemde valuta’s luidende monetaire activa en verplichtingen worden per balansdatum in de functionele valuta omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoers. De bij omrekening optredende valutakoersverschillen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. 

De activa en verplichtingen van groepsmaatschappijen in landen buiten de eurozone worden in euro’s omgerekend tegen de geldende koers per balansdatum. De opbrengsten en kosten van die groepsmaatschappijen worden in euro’s omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoers. Valuta-omrekeningsverschillen worden verwerkt in de reserve omrekeningsverschillen. Als een buitenlandse activiteit geheel of gedeeltelijk wordt verkocht, wordt het betreffende bedrag uit de reserve omrekeningsverschillen overgeboekt naar de winst- en verliesrekening.

FINANCIËLE INSTRUMENTEN
Financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, afgeleide financiële instrumenten (derivaten), handelsschulden en overige te betalen posten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd. Verstrekte leningen en overige vorderingen, lang- of kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen, worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. 

De groep past kostprijshedge accounting toe op afgesloten valutatermijncontracten. Zolang het afgeleide instrument betrekking heeft op afdekking van het specifieke risico van een toekomstige transactie die naar verwachting zal plaatsvinden, vindt geen herwaardering van dit instrument plaats. Zodra de verwachte toekomstige transactie leidt tot verantwoording in de winst- en verliesrekening, wordt daarin ook het met het afgeleide instrument samenhangende resultaat verwerkt.

De onderneming documenteert de hedgerelaties in generieke hedgedocumentatie en toetst periodiek de effectiviteit van de hedgerelaties door vast te stellen dat er sprake is van een effectieve hedge, respectievelijk dat er geen sprake is van overhedges. 

De onderneming bepaalt op elke balansdatum de mate van (in)effectiviteit van de combinatie van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie (de hedgerelatie). De mate van (in)effectiviteit van de hedgerelatie wordt vastgesteld door het vergelijken van de kritische kenmerken van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie in de hedgerelatie. De onderneming hanteert voor deze vergelijking als kritische kenmerken het afgedekte risico (USD) en de looptijd (max. dertien maanden). 

Indien de inschatting en realisatie van kritische kenmerken aan elkaar gelijk zijn (geweest), is geen sprake (geweest) van ineffectiviteit. In geval van ineffectiviteit wordt deze vastgesteld door de verandering in reële waarde van het afdekkingsinstrument te vergelijken met de verandering in reële waarde van de afgedekte positie. Deze ineffectiviteit (het verlies) wordt direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen (1) reële waarde met waardewijzigingen in de winst- en verliesrekening of (2) geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Objectieve aanwijzingen zijn gebeurtenissen die zich na de eerste opname van het actief hebben voorgedaan, met een negatief effect op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief, voor zover daarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Dit betreft bijvoorbeeld het niet nakomen van betalingsverplichtingen door een debiteur, en aanwijzingen dat een debiteur failliet zal gaan.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Deze verliezen worden opgenomen in de winst- en verliesrekening. 

Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de winst- en verliesrekening.

IMMATERIËLE VASTE ACTIVA

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Het geactiveerde bedrag wordt volgens de lineaire methode afgeschreven gedurende de verwachte economische levensduur van vijf jaar. 

Goodwill wordt bepaald als het positieve verschil tussen de verkrijgingsprijs van de deelnemingen (inclusief direct aan de overname gerelateerde transactiekosten) en het belang van de groep in de netto reële waarde van de overgenomen identificeerbare activa en verplichtingen van de overgenomen deelneming, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Intern gegenereerde goodwill wordt niet geactiveerd. De geactiveerde goodwill wordt lineair afgeschreven over de geschatte economische levensduur, die is bepaald op vijf jaar.

Tot 30 januari 2016 werd goodwill op overnames ineens ten laste van het eigen vermogen gebracht. In het boekjaar is ertoe overgegaan om goodwill te activeren en systematisch af te schrijven over de gebruiksduur. Deze stelselwijziging is noodzakelijk vanwege de gewijzigde wettelijke bepalingen in artikel 2:389 lid 7 BW voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016. De onderneming heeft ervoor gekozen de stelselwijziging prospectief toe te passen met betrekking tot alle overnames vanaf 31 januari 2016. Derhalve heeft deze doorgevoerde stelselwijziging geen invloed op het eigen vermogen en het nettoresultaat van voorgaande boekjaren. 

MATERIËLE VASTE ACTIVA
De gebouwen en terreinen en overige vaste bedrijfsmiddelen worden gewaardeerd tegen hun kostprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De kostprijs bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik. De afschrijvingen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de verwachte economische levensduur. Op terreinen en op materiële vaste activa in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. Bij het bepalen van de afschrijvingen wordt rekening gehouden met de volgende verwachte economische levensduren:

De afschrijvingspercentages worden jaarlijks beoordeeld en indien nodig herzien. 

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Ter zake van verwachte kosten van periodiek groot onderhoud aan gebouwen wordt een voorziening gevormd. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

De materiële vaste activa waarvan de vennootschap en haar groepsmaatschappijen op grond van een financiële leaseovereenkomst de economische eigendom heeft, worden geactiveerd. De uit de financiële leaseovereenkomst voortkomende verplichting wordt als schuld verantwoord. De in de toekomstige leasetermijnen begrepen interest wordt gedurende de looptijd van de financiële leaseovereenkomst ten laste van het resultaat gebracht.

FINANCIËLE VASTE ACTIVA
Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de netto-vermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogens-waarde worden de waarderingsgrondslagen van de onderneming gehanteerd. 

Resultaten op transacties waarbij overdracht van activa en passiva tussen de onderneming en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, worden geëlimineerd voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer de onderneming echter geheel of ten dele garant staat voor de schulden van een deelneming, dan wel de feitelijke verplichting heeft de deelneming (voor haar aandeel) in staat te stellen tot betaling van haar schulden, wordt een voorziening gevormd ter grootte van de verwachte betalingen door de onderneming voor de deelneming. De voorziening wordt primair ten laste van de vorderingen op de deelneming gevormd en voor het overige gepresenteerd onder de voorzieningen. 

Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere realiseerbare waarde. Indien sprake is van een stellig voornemen tot afstoting vindt waardering plaats tegen de eventuele lagere verwachte verkoopwaarde. 

Leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De grondslagen voor de overige financiële vaste activa zijn opgenomen onder het hoofd Financiële instrumenten.

Dividenden worden verantwoord in de periode waarin zij betaalbaar worden gesteld. Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

BIJZONDERE WAARDEVERMINDERINGEN 
Voor immateriële en materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te bepalen voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroomgenererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden.

Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroomgenererende eenheid) opnieuw geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies (anders dan op goodwill) vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord.

VOORRAAD HANDELSGOEDEREN
Handelsgoederen worden gewaardeerd tegen kostprijs op basis van de gewogen gemiddelde prijzen, of lagere opbrengstwaarde. De kostprijs omvat de inkoopprijs en externe bijkomende kosten, zoals invoerrechten, transportkosten en andere kosten die direct kunnen worden toegerekend aan de verwerving van voorraden. Handelskortingen, rabatten en soortgelijke (te) ontvangen vergoedingen met betrekking tot de inkoop worden in mindering gebracht op de verkrijgingsprijs.

LIQUIDE MIDDELEN
Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.

VOORZIENINGEN

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:
- een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden;
- waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en
- het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

Indien (een deel van) de uitgaven die noodzakelijk (is) zijn om een voorziening af te wikkelen waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde (wordt) worden vergoed bij afwikkeling van de voor-ziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief gepresenteerd.

Tenzij anders vermeld, worden voorzieningen gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen.

  • De voorziening voor herstructurering is bedoeld ter dekking van kosten verbonden aan reorganisaties van onderdelen van het concern en de kosten van verlieslatende contracten. Een reorganisatievoorziening wordt getroffen als op balansdatum een gedetailleerd reorganisatieplan is geformaliseerd en uiterlijk op opmaakdatum van de jaarrekening de gerechtvaardigde verwachting van uitvoering van het plan is gewekt bij hen voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben. Van een gerechtvaardigde verwachting is sprake als is gestart met de uitvoering van de reorganisatie, of als de hoofdlijnen bekend zijn gemaakt aan hen voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben. In de reorganisatievoorziening worden de als gevolg van de reorganisatie noodzakelijke kosten opgenomen die niet in verband staan met de doorlopende activiteiten van de onderneming. De voorziening voor verlieslatende contracten betreft het contant gemaakte negatieve verschil tussen de verwachte voordelen uit de door de onderneming na balansdatum te ontvangen prestaties en de onvermijdbare kosten om aan de verplichtingen te voldoen. De onvermijdbare kosten zijn de kosten die tenminste moeten worden gemaakt om van de overeenkomst af te komen, zijnde de laagste van enerzijds de kosten bij het voldoen aan de verplichtingen en anderzijds de verschuldigde vergoedingen of boetes bij het niet voldoen aan de verplichtingen.
  • De voorziening voor garantieverplichtingen houdt verband met de geschatte kosten van de vervanging van geleverde producten/verrichte diensten, voor zover sprake is van in rechte afdwingbare verplichtingen (geleverde producten of verrichte diensten voldoen niet aan de overeengekomen kwaliteiten) of feitelijke verplichtingen (bij wijze van service/coulance). Deze geschatte kosten zijn gebaseerd op historische garantiedata en het gemiddelde van alle mogelijke uitkomsten, vermenigvuldigd met de kans dat de uitkomst zich voor zal doen.
  • Een voorziening uit hoofde van claims, geschillen en rechtsgedingen wordt gevormd indien het waarschijnlijk is dat de onderneming in een procedure zal worden veroordeeld. De voorziening betreft de beste schatting van het bedrag waarvoor de verplichting kan worden afgewikkeld, en omvat ook de proceskosten.
  • De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkans en leeftijd.
  • Voor verwachte kosten inzake periodiek groot onderhoud van panden in eigendom wordt een voorziening gevormd. De toevoegingen aan de voorziening worden bepaald op basis van het geschatte bedrag van groot onderhoud en de periode die telkens verloopt tussen de werkzaamheden van groot onderhoud, een en ander zoals blijkend uit een meerjarenonderhoudsplan. De kosten van groot onderhoud worden verwerkt ten laste van de voorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten.


OPBRENGSTVERANTWOORDING
Opbrengsten uit de verkoop van handelsgoederen via detail- en groothandel worden opgenomen in de netto-omzet tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van omzetbelasting, retouren en tegemoetkomingen, handels- en volumekortingen. Deze opbrengsten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt op het moment van de verkoop/kassatransactie in een winkel, en in overige situaties op het moment van levering van de goederen.

KOSTPRIJS VAN DE OMZET
De kostprijs van de omzet bestaat uit de inkoopwaarde van de handelsgoederen, verhoogd met de direct en indirect aan de netto-omzet toerekenbare kosten. In deze kosten is ook de mutatie in de voorziening voor incourantheid begrepen.

PERSONEELSBELONINGEN/PENSIOENEN
De beloningen van het personeel worden als last in de winst- en verliesrekening verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de vennootschap.

De onderneming heeft voor haar werknemers een pensioen- en excedentenregeling getroffen die beide kwalificeren als een regeling die valt onder de verplichtingenbenadering. Dit betekent dat de over het boekjaar verschuldigde premies als pensioenlast worden verantwoord. Factoren als loonontwikkeling, prijs-indexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. De onderneming heeft bij een tekort dan wel overschot van het bedrijfstakpensioenfonds geen andere verplichting dan het betalen van toekomstige hogere, dan wel lagere premies. Als de op balansdatum reeds betaalde premies de verschuldigde premies overtreffen, wordt een overlopende actiefpost opgenomen voor zover sprake zal zijn van terugbetaling door het fonds of van verrekening met in de toekomst verschuldigde premies.

Het concern heeft buitenlandse pensioenregelingen die vergelijkbaar zijn ingericht en functioneren op de wijze waarop het Nederlandse pensioenstelsel is ingericht en functioneert, met een strikte scheiding tussen de verantwoordelijkheden van en een risicodeling tussen de betrokken partijen (onderneming, fonds en deelnemers). Deze worden verwerkt en gewaardeerd conform de Nederlandse pensioenregelingen (zie hiervoor).

LEASING
De onderneming heeft leasecontracten afgesloten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele lease. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm.

Als de onderneming optreedt als lessee in een financiële lease, wordt het leaseobject (en de daarmee samenhangende verplichting) bij de aanvang van de leaseperiode in de balans verwerkt tegen de reële waarde van het leaseobject of, indien deze lager is, tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen. Beide waardes worden bepaald op het tijdstip van het aangaan van de leaseovereenkomst. De toegepaste rentevoet bij de berekening van de contante waarde is de impliciete rentevoet. De initiële directe kosten worden opgenomen in de eerste waardering van het leaseobject.

De grondslagen voor de vervolgwaardering van het leaseobject zijn beschreven onder het hoofd Materiële vaste activa. Als geen redelijke zekerheid bestaat dat de onderneming eigenaar van een leaseobject zal worden aan het einde van de leaseperiode, wordt het object afgeschreven over de kortste termijn van de leaseperiode of de gebruiksduur van het object.

De minimale leasebetalingen worden gesplitst in rentelasten en aflossing van de uitstaande leaseverplichting. De rentelasten worden gedurende de leaseperiode zodanig toegerekend aan elke periode dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over de resterende netto-verplichting met betrekking tot de financiële lease.

Als de onderneming optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

RENTEBATEN EN SOORTGELIJKE OPBRENGSTEN EN RENTELASTEN EN SOORTGELIJKE KOSTEN
Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren. Rentelasten en soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren. De toerekening van deze rentelast en de rentevergoeding over de lening is de effectieve rente die in de winst- en verliesrekening wordt verwerkt.

BELASTINGEN
Belastingen omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behalve voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt. De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen of te verrekenen belasting over de belastbare winst van het boekjaar, berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten, en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting. Indien de boekwaarde van activa en verplichtingen voor de financiële verslaggeving afwijkt van hun fiscale boekwaarde, is sprake van tijdelijke verschillen

Voor belastbare tijdelijke verschillen wordt een voorziening latente belastingverplichtingen getroffen.

Voor verrekenbare tijdelijke verschillen, beschikbare voorwaartse verliescompensatie en nog niet gebruikte fiscale verrekeningsmogelijkheden wordt een latente belastingvordering opgenomen, maar uitsluitend voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst fiscale winsten beschikbaar zullen zijn voor verrekening respectievelijk compensatie. Latente belastingvorderingen worden per iedere verslagdatum herzien en verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd.

Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

RESULTAAT DEELNEMINGEN
Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, omvat het aandeel van de groep in de resultaten van deze deelnemingen, bepaald op basis van de grondslagen van de groep, en resultaten bij eventuele verkoop van een deelneming.

De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten, worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van de groep.

KASSTROOMOVERZICHT
Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. Kasstromen in vreemde valuta’s zijn herleid naar euro’s met gebruikmaking van de gewogen gemiddelde omrekenkoersen voor de betreffende periode. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van financiële baten en lasten en winstbelasting zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Mutaties in het geïnvesteerd vermogen als gevolg van acquisities of deconsolidaties zijn opgenomen onder ‘kasstroom uit investeringsactiviteiten’, waarbij de meegekochte en/of meeverkochte netto geldmiddelen in mindering zijn gebracht op het investeringsbedrag respectievelijk de desinvesteringsopbrengst.