JAARVERSLAG 2016 BLOKKER HOLDING

Toelichting op de Geconsolideerde Balans




1. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA


Het verloop van de immateriële vaste activa is als volgt weer te geven:



De goodwill hangt samen met de verkrijging van de resterende 80% van de aandelen in Dennenhoorn B.V. (zie ook onder 3). De overige immateriële vaste activa hebben voornamelijk betrekking op software/licenties (€ 12,6 miljoen) en websites (€ 3,1 miljoen).


2. MATERIËLE VASTE ACTIVA


Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven:



De post ‘Gebouwen en terreinen’ heeft voornamelijk betrekking op verbouwingen in gehuurde panden.


FINANCIËLE VASTE ACTIVA


3. DEELNEMINGEN

In 2016 heeft Blokker Holding B.V. haar gehele belang van 99,99% in Casa Holding B.V. (€ 269 miljoen) overgedragen aan een gelieerde vennootschap buiten de groep van Blokker Holding B.V. Deze aandelenoverdracht is verwerkt conform de geldende grondslagen voor dergelijke transacties. Casa Holding B.V. werd in 2016, in lijn met voorgaande jaren, niet meegeconsolideerd omdat er geen beleidsbepalende invloed was. Tot aan de datum van vervreemding had Blokker Holding B.V. recht op een jaarlijkse vergoeding van 1% van het eigen vermogen ultimo 2013/14; dit bedrag is onder de financiële baten verantwoord.

Tevens heeft Blokker Holding B.V. in 2016 haar belang in Dennenhoorn B.V. uitgebreid naar 100%, waardoor beleids­bepalende invloed is verkregen. Vanaf de overnamedatum 
(12 april 2016) worden alle activa, passiva en resultaten van Dennenhoorn B.V. betrokken in de consolidatie.


4. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA




Met uitzondering van actieve belastinglatenties hebben de mutaties in het boekjaar betrekking op verstrekte geldmiddelen en terugbetalingen, en op de hiervoor genoemde jaarlijkse vergoeding op de deelneming Casa Holding B.V. 

De overige vorderingen betreffen renteloze vorderingen en hebben voor een bedrag van € 1,1 miljoen (2015/16: € 0,9 miljoen) een looptijd korter dan één jaar.


5. VOORRAAD HANDELSGOEDEREN

In verband met de mutatie van de voorziening voor incourantheid is een bedrag van € 3,1 miljoen ten gunste van de winst- en verliesrekening gekomen (2015/16: bate van € 19,2 miljoen). Het bedrag van de voorziening voor incourantheid is € 51,2 miljoen (2015/16: € 53,5 miljoen).



VORDERINGEN

Tenzij anders staat vermeld, hebben de posten, opgenomen als onderdeel van de vorderingen, een looptijd korter dan één jaar.


6. HANDELSDEBITEUREN

Het bedrag van de voorziening wegens oninbaarheid is € 3,1 miljoen (2015/16: € 3,1 miljoen).


7. OVERIGE VORDERINGEN

Onder de overige vorderingen is begrepen een bedrag van € 4,6 miljoen (2015/16: € 18,3 miljoen) ter zake van winstbelasting. De overige vorderingen bevatten voorts van leveranciers te ontvangen bedragen uit hoofde van bonussen, retouren en crediteringen (€ 22,2 miljoen; 2015/16: € 23,2 miljoen), vorderingen op gelieerde ondernemingen (€ 14,5 miljoen; 2015/16: € 4,1 miljoen), te verzilveren waardebonnen (€ 4,5 miljoen; 2015/16: € 3,1 miljoen), te vorderen omzetbelasting (€ 1,0 miljoen; 2015/16: € 0,8 miljoen) en andere vorderingen (€ 2,8 miljoen; 2015/16: € 1,9 miljoen).


8. OVERLOPENDE ACTIVA

De overlopende activa bevatten huisvestingskosten (€ 22,2 miljoen; 2015/16: € 19,3 miljoen), overige kosten (€ 4,4 miljoen; 2015/16: € 4,4 miljoen), voorraad niet-handelsgoederen inclusief verpakkings- en reclamemateriaal (€ 4,2 miljoen; 2015/16: € 5,0 miljoen) en overige overlopende activa (€ 3,7 miljoen; 2015/16: € 2,5 miljoen).


9. BELASTINGEN

De actieve en passieve belastinglatenties omvatten het belastingeffect van de verrekenbare en belastbare tijdelijke verschillen tussen commerciële en fiscale winstbepaling. Het verloop van beide balansposten kan als volgt worden weergegeven:

De projecties over toekomstige resultaten van Blokker Holding ondersteunen de ingeschatte veronderstelling dat er in de toekomst voldoende fiscale winsten kunnen worden gerealiseerd om de fiscale verliezen te verrekenen binnen de fiscale eenheid. Bij deze projecties is rekening gehouden met de veranderingen in de strategie zoals deze zijn beschreven in de gebeurtenissen na balansdatum (noot 33).

Het totaalbedrag van fiscale verliezen dat niet in de waardering van belastinglatenties is verwerkt, is circa € 71,5 miljoen (2015/16: € 5,8 miljoen). Van dit bedrag is € 62,2 miljoen verrekenbaar binnen zeven jaar en € 9,3 miljoen onbeperkt verrekenbaar.


10. OVERIGE VOORZIENINGEN

De voorziening voor herstructurering betreft voor € 28,9 miljoen kosten verbonden aan reorganisaties en voor € 36,1 miljoen kosten van verlieslatende contracten. Van de totale voorziening heeft circa € 46,9 miljoen (2015/16: € 26,2 miljoen) een looptijd korter dan één jaar. Ten laste van de garantievoorziening komen de kosten die voort­vloeien uit het honoreren van garantieclaims. De dotaties en onttrekkingen zijn in het verloopoverzicht gesaldeerd. De gehele voorziening heeft een looptijd korter dan één jaar. Van de jubileumvoorziening heeft circa € 0,5 miljoen (2015/16: € 0,5 miljoen) een looptijd korter dan één jaar en van de voorziening procedures circa € 0,9 miljoen (2015/16: € 2,1 miljoen). De overige voorzieningen hebben voor circa € 1,5 miljoen (2015/16: € 0,5 miljoen) een looptijd korter dan één jaar.


LANGLOPENDE SCHULDEN

11. SCHULDEN AAN DEELNEMINGEN EN OVERIGE SCHULDEN

De schulden aan deelnemingen zijn dit boekjaar geheel afgelost (2015/16: € 138,0 miljoen). De overige schulden betreffen schulden aan gelieerde ondernemingen voor een bedrag van € 183,3 miljoen (vorig jaar: € 115,5 miljoen). Van deze schulden is € 4,7 miljoen vastrentend (gewogen gemiddelde rente: 6,71%), de overige schulden dragen een variabel rentepercentage op de 3-jaars forward rente en 1-maands euribor-notering met een opslag van 2%. 

Van alle leningen heeft € 0,6 miljoen een looptijd korter dan één jaar en € 1,1 miljoen een looptijd langer dan vijf jaar (2015/16 beide nihil). Er zijn geen zekerheden gesteld.


KORTLOPENDE SCHULDEN

Tenzij anders staat vermeld, hebben de posten opgenomen als onderdeel van de kortlopende schulden een looptijd korter dan één jaar.


12. BELASTINGEN EN PREMIES SOCIALE VERZEKERINGEN





13. OVERLOPENDE PASSIVA

De overige schulden betreffen nagenoeg geheel schulden aan gelieerde ondernemingen (€ 17,1 miljoen; 2015/16: nihil).


14. OVERLOPENDE PASSIVA


15. FINANCIËLE INSTRUMENTEN

ALGEMEEN
De onderneming maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de onderneming blootstellen aan markt-, valuta-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de onder­neming een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de onderneming te beperken.

De onderneming zet afgeleide financiële instrumenten (valutatermijncontracten) in om risico’s te beheersen. Afgeleide instrumenten worden niet ingezet voor handelsdoeleinden.

KREDIETRISICO  
De onderneming loopt kredietrisico over leningen en vorderingen opgenomen onder financiële vaste activa, handels- en overige vorderingen, liquide middelen en de positieve marktwaarde van afgeleide financiële instrumenten. De verkopen in eigen winkels worden contant afgewikkeld, zodat hierover geen risico wordt gelopen. Op het moment dat onzekerheid bestaat omtrent het innen van (een gedeelte van) een vordering wordt een voor­ziening voor oninbaarheid gevormd voor het bedrag waaromtrent onzekerheid bestaat. Aanwending van de voorziening vindt plaats zodra onvoldoende uitzicht bestaat op het innen van de vordering.

Het maximale kredietrisico dat de onderneming loopt is € 281,0 miljoen, bestaande uit langlopende vorderingen (€ 7,3 miljoen), handelsdebiteuren (€ 28,4 miljoen), overige kortlopende vorde­ringen (€ 44,0 miljoen), liquide middelen (€ 200,1 miljoen) en de positieve marktwaarde van afgeleide financiële instrumenten 
(€ 1,2 miljoen). 

Bij de bewaking van het kredietrisico worden klanten beoordeeld op kredietkenmerken, waaronder bedrijf/particulier, geografische locatie, ouderdom/looptijd en eventuele eerdere financiële problemen. Handelsdebiteuren hebben met name betrekking op de franchisenemers en groothandelsklanten. Bij franchisenemers is sprake van tegenpartijen waarmee een lange relatie bestaat en goederen onder eigendomsvoorbehoud worden geleverd.

De langlopende vorderingen betreffen met name waarborg­sommen en overige vorderingen. De overige kortlopende vorderingen bevatten, naast te vorderen winstbelastingen en vorderingen op gelieerde ondernemingen, met name van leveranciers te ontvangen bedragen uit hoofde van bonussen, retouren en crediteringen. Dit betreft leveranciers waarmee een lange relatie bestaat.

Het beleid van de onderneming ten aanzien van liquide middelen (€ 200,1 miljoen) is om dit nagenoeg geheel te plaatsen bij bekende Nederlandse banken. Jaarlijks beoordeelt de onder­neming de status van deze banken om het kredietrisico te mitigeren.

RENTERISICO
De onderneming loopt renterisico over de rentedragende vorde­ringen en schulden. Over alle uit de balans blijkende rentedragende schulden wordt een marktconforme rente betaald. Er zijn geen instrumenten in verband met het afdekken van renterisico’s afgesloten.

De onderneming heeft vastrentende leningen opgenomen voor € 20,0 miljoen (3,88%) en leningen met een variabele rente voor € 178,6 miljoen (2%). Het risico op de vastrentende leningen wordt gezien de omvang en looptijd (€ 15,3 miljoen korter dan één jaar) als beperkt geclassificeerd, de variabele rente is gebaseerd op de 3-jaars forward rente en 1-maands euribor-notering plus een risicopremie. Blokker Holding analyseert op jaarlijkse basis de risicopremie en heeft geen indicatie van een veranderende risicopremie op balansdatum.

VALUTARISICO
Als gevolg van de inkopen van goederen in andere valuta dan de euro loopt de onderneming over in de balans opgenomen liquide middelen en schulden aan handelscrediteuren alsmede toekomstige transacties een valutarisico van met name Amerikaanse dollars (USD).

Het beleid van de onderneming is om tot 50% van de zeer waarschijnlijke toekomstige kasstromen uit inkooptransacties voor de eerstvolgende zes tot twaalf maanden af te dekken met valutatermijncontracten. De valutatermijncontracten worden tegen kostprijs gewaardeerd zolang de afgedekte positie nog niet in de balans is verwerkt. 

LIQUIDITEITSRISICO
De onderneming heeft een langlopende liquiditeitsfaciliteit met een gelieerde partij. Dit betreft een 3-jaars faciliteit (resterende looptijd van twee jaar met een verlengingsoptie van drie jaar) van maximaal € 415 miljoen met een vast deel van € 110 miljoen en een werkkapitaalfinanciering van € 305 miljoen. Over het vaste deel wordt een rente berekend op basis van de 3-jaars forward rente + 2%, en over het variabele deel op basis van euribor + 2%. Er zijn geen convenanten afgesproken of zekerheden gesteld. De onderneming bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsprognoses. Het management ziet erop toe dat voor de onderneming steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat ook voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft. De liquiditeits- en financierings­risico’s worden door de afgesloten kredietfaciliteit afdoende gedekt. De hoogte van deze kredietfaciliteit biedt voldoende ruimte om voorziene (zoals een mogelijk vertraagde of niet succesvolle uitvoering van de plannen en een (gedeeltelijke) terugtrekking van kredietverzekeraars) en onvoorziene risico’s op te vangen.

Na balansdatum is de bestaande faciliteit omgezet in een nieuwe faciliteit onder nieuwe voorwaarden. De faciliteit kent een maximale hoogte van € 485 miljoen en een looptijd tot 31 januari 2021. Deze faciliteit is onderverdeeld in een junior en senior tranche. De senior tranche is vastrentend (3%). De hoogte van de senior tranche is € 35 miljoen en varieert daarnaast afhankelijk van ontwikkelingen in werkkapitaal, en kent zakelijke zekerheden. De junior tranche is variabel, achtergesteld en vastrentend (5%).

Daarnaast heeft de onderneming kredietfaciliteiten bij Nederlandse banken voor in totaal € 62,5 miljoen.

REËLE WAARDE   
De reële waarde van in de balans opgenomen financiële instru­menten benadert de boekwaarde daarvan. De reële waarde is de contante waarde van toekomstige kasstromen gebaseerd op een rente die per balansdatum zou gelden voor gelijksoortige leningen vermeerderd met een risicopremie voor iedere individuele lening. De reële waarde van valutatermijncontracten is op balansdatum € 1,2 miljoen positief (vorig jaar: € 1,0 miljoen positief).


16. NIET UIT DE GECONSOLIDEERDE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN

HUUR- EN LEASEVERPLICHTINGEN
Op grond van langlopende lease- en huurovereenkomsten dient in 2017/18 een bedrag van circa € 207 miljoen (vorig jaar: € 219 miljoen) te worden betaald. Jaarlijks expireren contracten. Een aantal per balansdatum lopende contracten heeft een resterende looptijd van één tot vijf jaar (totaal huur-/leasebedrag circa € 454 miljoen) en een aantal contracten heeft een resterende looptijd van meer dan vijf jaar (totaal huur-/leasebedrag circa € 143 miljoen).

BANKGARANTIES EN ACCREDITIEVEN
In verband met bankgaranties en accreditieven is een bedrag van circa € 19 miljoen (vorig jaar: € 13 miljoen) geblokkeerd op de bankrekeningen, waarvan € 8 miljoen bij Nederlandse vennootschappen (vorig jaar: € 12 miljoen).

INVESTERINGSVERPLICHTINGEN
De investeringsverplichtingen ultimo 2016/17 bedragen circa € 14,6 miljoen (vorig jaar: € 6,9 miljoen).

CLAIMS 
Tegen de onderneming en/of groepsmaatschappijen zijn diverse claims ingediend die door haar/hen worden betwist. Hoewel de afloop van deze geschillen niet met zekerheid kan worden voorspeld, wordt – mede op grond van ingewonnen juridisch advies – aangenomen dat deze geen nadelige invloed van betekenis zal hebben op de geconsolideerde financiële positie.